Sunday, October 05, 2008

God bless the U.S.Animals



Op een steenworp van de Columbia campus ligt een joekel van een kathedraal, St John TheDivine gedoopt. Enkel de St. Pieters Basiliek doet het beter in de ranking van grootste kerken ter wereld. Veel kerken doen het evenwel beter wanneer het op pracht en praal aankomt. Degevels van St Johns kleuren langzaam donkergrijs door de uitlaatgassen van toeristenbussen die er halt houden, en binnenin is er al helemaal niets te beleven. Het protestantisme viert hier duidelijk (geen) feest.

Behalve vandaag dan, voor de jaarlijkse Blessing of the Animals ter ere van St Franciscus, een natuurkozende heilige. Ik loop half toevallig op het gepaste moment voorbij de Kathedraal. Een stoet van dames en heren in wit gewaad staat op het punt een halve zoo de kerk binnen te leiden. De kameel steelt duidelijk de show, smakkend en licht arrogant om zich heen turend. De koppige lama die de trap niet opwilde kan op minder sympathie rekenen. De reuzenschilpad wordt op een karretje voortgeduwd, een konijn zit in een versierde kooi worteltjes te knabbelen. 

Wanneer de dierenstoet binnen is voor een kruisje van de bisschop, merk ik dat het échte circus zich langs de flank van de Kathedraal heeft opgesteld. In het parkje naast de kerk staan twee lange rijen huisdierbezitters aan te schuiven om hun eigen troetel te laten zegenen. Vooral blaffers natuurlijk - van de kleinste teckel tot koeien van honden - maar ook hier en daar een kat en een hipster meisje met een rat - gratis te verkrijgen in elk metrostation.

De grootste bezienswaardigheid in de categorie Huisdieren is een grote geel-blauwe papegaai op de schouder van een transseksueel. Het stel wordt druk gefotografeerd en geïnterviewd door een kudde lokale reporters. 'Linda' legt uit aan wie het horen wil hoe ongelooflijk zaligmakend het is om jaarlijks met de 17-jarige Chuckle naar St John's te komen voor een zegen van de Goede God. Ik weet niet zeker of ik het dier het indrukwekkendste vind dan wel de eigenaar.

Sunday, August 24, 2008

West Side Story


Ik zit op de minst stijlvolle tuinstoel van New York. Het oermodel in wit plastiek dat je net zo goed in een afgelegen Tanzaniaans dorp kan vinden, vol verfvlekken, met een scherp uitgesneden gat ter hoogte van het zitvlak en vier krammakelige poten die er niet in slagen allemaal tegelijk de grond te raken. Wiebel wiebel. Aan dat laatste kan de stoel weinig doen. Hij staat op het plat dat van mijn appartementsgebous, en laat die 'plat' nu net bijzonder relatief zijn.

Hoewel mijn huidige dak niet kan tippen aan de Brooklynse variant van twee jaar geleden, moet het niet onderdoen qua New Yorksheid. Het heeft alles weg van de set van West Side Story. Een paradijs voor tapdansers die langs laddertjes en verhoogjes van het ene platform naar het andere springen, zich via een schoorsteen naar beneden laten glijden om via een roeste goot terug naar boven te klimmen en de choreografie te voltooien. De meeste gebouzen zijn gekroond met een houten watertank op stelten die het het New Yorkse dakenlandschap zo typeert. De ondergaande zon kleurt de scene in zuiderse tinten. Zes verdiepingen lager loopt een straatfeest van San Dominicanen ten einde; de kraampjes worden afgebroken maar de Latino-muziek schalt nog door de boxen en de geur van gegrild vlees is nog lang niet verdampt.

Ideaal moment om de ingebouwde camera op mijn laptop uit te proberen. Een twee test - een twee test. (Test om een videootje te maken geslaagd, tekst om het videootje op te laden op deze side mislukt. Zie facebook...)


Saturday, August 23, 2008

There's no such thing as a free lunch

... tenzij voor studenten aan Columbia Law School. Naast een Introduction to American Law hebben we de eerste weken ook recht op een onvervalste Inleiding tot Overdadig Eten.

Mijn investeringen in yoghurt, banaan en granola als ontbijt bleken een maat voor niets. Elke ochtend staat ons een uitgebreid buffet op te wachten in de hal van de rechtenfaculteit. Ik vind er een luxevariant van mijn ontbijtgranen terug, maar ook bagels, cream cheese en gerookte kalkoen, verse fruitsalades, boterrijke croissants en muffins, een waaier aan vruchtensappen (no pulp, some pulp, lots of pulp) en melkvarianten (no fat, law fat, lots of fat - dat laatste heet gewoon plain). Het jammere is dat je natuurlijk pas op vrijdag ontdekt dat deze gratis ontbijtverwennerij enkel de eerste week geldt, net wanneer de gewenningsverschijnselen beginnen op te treden.

Niet dat we sindsdien ondervoed zijn. Wanneer een verplichte infosessie tijdens de middagpauze wordt gehouden huldigt men hier het principe dat een gratis maaltijd niet alleen een gunst maar zelfs een recht is. Picknickboxjes worden aangevoerd, aardappelsla (lees: mayonnaiseblurrie) en brownie incluis. Is de infosessie niet verplicht, dan gaat men er alsnog van uit dat er op zijn minst chocolate chip cookies for all moeten worden voorzien, wellicht uit vrees voor een (ahum) magere opkomst. Het doet me denken aan de koffie en boterkoeken die we in het laatste jaar van de middelbare school om beurt naar de les Geschiedenis meebrachten. Krimoorlogen vol croissantkruimels, politionele acties in Indonesie gedopt in verse koffie.

Ik hoor de criticaster denken dat gratis niet echt gratis is als je tienduizenden dollars inschrijvingsgeld (auch!) neertelt om een jaartje aan deze fijne instelling te studeren. Klopt, ware het niet dat de faculteit niet de enige speler is in de wedstrijd Vetmesten. Studentenorganisaties verdringen elkaar om met eigenzinnige caloriepakketjes nieuwe leden te ronselen.  Na de Ice Cream Social die ik gisteren als vieruurtje kreeg van het Public Interest Institute, had ik 's avonds de keuze tussen een senegalees diner in Harlem - vriendelijk aangeboden door de African Law Students Association - en een State Diner & Drinks Night van de Columbia Federalist Society.

Wie dacht dat mijn culinaire kennis erop vooruit zou gaan dankzij deze vrijgevige ingesteldheid komt bedrogen uit: na de eerste weken ebt de originaliteit van het aanbod weg en verzeilt men naar verluidt in een monotoon pizzatijdperk. Maar tot dat zover is genieten we vooralsnog met volle teugen van a free lunch.

Friday, August 22, 2008

Het is grijs en het zegt piep

Een paar dagen geleden koerste een unidentified running object  vanonder de koelkast over de keukenvloer richting koelkast. Ik had mijn rug net gedraaid, het ding dacht vermoedelijk dat de kust veilig was. Ik dacht Lies, face it, dit is New York, het paradijs van het ongedierte.

Sindsdien heb ik uitgebreid de kans gekregen om nader kennis te maken met Jerry, de huismuis (jep). Eergisteren verstoorde ik Jerry's knabbelfestijn door onverwacht mijn kamer binnen te stappen. In een flits zat de muis onder de kast, en in eenzelfde flits was ik mijn kamer terug uit. Ik vond dit niet leuk, slikte even en betrad wat ik uiteindelijk nog steeds als mijn territorium beschouw, zocht tevergeefs naar mijn nieuwe kamergenoot en sliep die nacht onrustig. Tot daar.

Maar gisteren kwam Jerry net iets té close. Nietsvermoedend had ik het blenderdeksel van een leeg (haha, leeg) tomatenblik gehaald, even raar opgekeken van de sinaasappelpulp (haha, sinaasappelpulp) die schijnbaar nog aan de binnenkant kleefde, alsnog het deksel op de blender geplaatst om een heerlijke smoothie te mixen (haha, heerlijk). Toen ik het deksel wilde spoelen bleken de plekjes op het deksel geen pulp te zijn, maar smerige vetvlekjes. En toen ik in het tomatenblik keek bleek dat niet leeg te zijn, maar de gevangenis van Jerry, die spartelend over de rand probeerde te klimmen. Of de smoothie heerlijk was heb ik nooit geweten, in een wip was de lust in de smoothie geblust.

Mijn huisgenoot heeft het beestje vanochtend vakkundig begraven en vallen geplaatst om andere kandidaat-Jerry's en Jerryna's het leven zuur te maken. Want ik maak me geen illusies, een muis komt nooit alleen. En het kan nog altijd erger: er zijn ook nog  Jerry's tantes en nonkels. Zo is het op vuilnisbakkendag keer op keer rattenfeest voor de deur van onze buren drie gebouwen verderop. Vraag me niet hoe ze in dat appartement sorteren, feit is dat ze de lekkerste vuilzakken van de hele straat bijeensprokkelen. Ik steek de straat pas over wanneer ik loodrecht op mijn eigen gebouw kan afstappen.


Twee jaar geleden schreef ik een stukje over de macht en pracht van New Yorkse honden. Ik blijf erbij, blaffers zijn de troetelkinderen van de New Yorker. Maar de echte koningen van de dierenwereld zijn kort van poot, lang van staart en donkergrijs van vacht. Meet the mouse, greet the rat.

Tuesday, August 19, 2008

Voorgerecht, intermezzo, hoofdschotel

Op mijn menukaart van de recentste jaren staat de appel centraal. Niet zomaar een pietluttig appeltje, vol rotte plekken en melige vruchtenvlees. Nee, de appel der appelen, the Big Apple. 

Het voorgerecht heb ik ondertussen twee jaar geleden opgepeuzeld: een stukje appelschil dat smaakte naar meer. Die schil heet Brooklyn, is sappig en vol vitamientjes. Het geeft bovendien een prachtig panoramisch uitzicht op het hoofdgerecht van de Big Apple, Manhattan. Het uitzicht is zodanig overdonderend dat de verleiding groot is om de plat de résistence ongeroerd te laten uit schrik voor een indigestie. Voorlopig voldaan trok ik me terug. Na elk copieus voorgerecht past een korte pauze om de smaakpapillen te laten recupereren, de eetlust opnieuw te laten aanzwellen en het hoofdgerecht met des te meer verlangen aan te vatten. 

Niet dat ik me tijdens het intermezzo verveeld heb. Tijdens de appelloze periode heb ik een aantal andere interessante smaken ontdekt. De pittige smaak van NGO-werk. De verfijnde, complexe smaak van academisch onderzoek. De fruitige smaak van gezellige huisgenootjes - ananas, banaan, mango en een paar blaadjes munt. De poivre & zoutsmaak van de stad Bruxel. De ietwat bittere smaak van motivatiebrieven, aanbevelingsbrieven, bedel- en smeekbrieven die het pad naar de Grote Appel terug hebben geëffend.

Bijna twee weken geleden ben ik begonnen aan het hoofdgerecht. Ik heb me de eerste dagen gewapend met mes en vork, een apple laptop en een apple iPod om niet uit de toon te vallen (zou het toeval zijn dat New Yorkers kicken op de witte producten die Apple aan recordtempo uitbrengt?). Uit strategische overwegingen heb ik ervoor gekozen me ditmaal via het steeltje in te werken, via het Noorden. Mijn voorlopige stek ligt ten Noord-Westen van Central Park, op een paar blokken van de campus van Columbia. Een nieuw perspectief to say the least: wie bovenop de Big Apple klimt krijgt een mooi overzicht maar ook een beetje hoogtevrees. 

Ik hoop het komende jaar te smullen tot ik het klokhuis bereik. Mijn weg daarheen zal ik op al dan niet regelmatige tijdstippen neerpennen op deze blog. 

En het dessert, hoor ik de vooruitziende smulpaap denken? Toekomstperspectief, iemand? Wie sjal sie.

Sunday, February 04, 2007

Ode aan Leuven

Ik kom net terug van Das Leben der Anderen, een prachtfilm over goede en slechte mensen in de DDR amper 20 jaar geleden. Het soort film waarna je in elke portiek een geheime agent met lange mantel verwacht die ijverig persoonsgegevens neerkriebelt in een verkleurd notitieboekje.

Op een fiets met slechte remmen stuif ik de heuvel af waarop Leuven ligt maar de enige die ik vanuit mijn ooghoeken waarneem is een eenzame fietser op de Bondgenotenlaan. Leuven is leeg. Ik flits door het centrum van het centrum waar de stad, de kerk en het universiteitshart baden in de donkergele gloed van hun spotlights, maar er is niemand om van dit stille spektakel te genieten.

Zaterdag was het op de Bondgenotenlaan nochtans koppen lopen. Groot-Leuven zakte af naar de enkele winkelstraten die de stad rijk is, de één op zoek naar de laatste -70%, de ander nieuwsgierig naar de nieuwe lente- en zomercollectie. Zo'n weekends worden op vrijdagmiddag ingeluid door de hostessvaliesjes die studenten ratelend voorttrekken over de kasseien richting station. Ze toveren het studentenrijk om tot de provinciestad die Vlaams-Brabant liefkoost.

Binnen een week palmen de jongeren de stad terug in en waant Leuven zich voor een paar dagen the City that never sleeps. Zorgeloos zoals het de eerste dagen van een nieuw semester hoort schuimen studenten Après-Ski-TD's en kotfeestjes af. Sommigen worden vanaf Dag 3 zenuwachtig omdat de cursussen nog niet van de pers zijn terwijl anderen zich afvragen of de lessen al terug begonnen zijn. Zorgeloos zoals het hoort, totdat de werkcolleges aanbreken.

Maar eerst is het in Leuven nog één weekje pauze. De student staat in de Alpen op de latten en de Leuvense dagtoerist is opnieuw aan het werk. Enkel de ouderen van dagen blijven trouw aan het verlaten Ladeuzeplein met haar Centrale Bib en haar gifgroene kever. Het had een prima waakdier kunnen zijn in dergelijke desolate dagen, maar kunstenaar Jan Hoet prikte het insect ondersteboven en sindsdien staart het doelloos naar de steeds feller wordende zon. Een gemiste kans; dit stadje verdient een beschermengel.


Tuesday, January 30, 2007

Wanneer het Noord-Nederlands verdrinkt

Voor me ligt de cursus International Environmental Politics. Bijzonder toepasselijk in een maand waar je kan twijfelen of gesynchroniseerde vogelvluchten nu al de lente aankondigen of net het begin zijn van de Grote Trek naar het Zuiden. Omdat die cursus wenkt en de tijd krap is, pen ik hier een oude bijdrage voor ons toenmalig schoolkrantje over. Gedachtenkronkels van 8 jaar geleden, uit de tijd dat de Nederlanders nog Nederlands praatten en de Belgen geïntimideerd en onderdanig buigden.

2064 - Wie had ooit kunnen denken dat het broeikaseffect zulke onverwachte evoluties zou teweegbrengen! Het smelten van de ijskap zorgde er niet alleen voor dat de ijzersterke Deltawerken het begaven, maar ook dat twee derden van wat toen al 'Neder'land genoemd werd de functie van onderzeeër kreeg toegewezen. Voor de ongelukkige inwoners van dit zinkende stukje grond zat er jammer genoeg niets anders op dan uit hun teergeliefde landje te vluchten, tevens trachtend nog zo dicht mogelijk bij hun onder water gelopen vaderland te blijven.

Door deze omstandigheden klopten de Nederlanders aan het deurtje van het fiscale paradijs aan, namelijk het land der Belgen... Dit alles verliep natuurlijk niet zonder problemen, want de Vlamingen zagen eindelijk hun ultieme kans om boven die arme Nederlanders uit te steken. Dit lieten ze dan ook meteen duidelijk blijken, namelijk op taalkundig vlak. De Vlamingen, die al eeuwen te lijden hadden onder de drukkende meerderheid van de 'Nederlandse Nederlandstaligen' konden eindelijk eens tonen wat hun vaak bespotte Vlaams inhield.


Dit regelden ze als volgt: er werd een cursus 'Vlaams' opgelegd voor elke Nederlander die een Belgische verblijfsvergunning wenste. Het resultaat was spectaculair...

De dramatische gevolgen van het broeikaseffect hadden ook gevolgen voor de Nederlandse afdeling van het Lycée International te St.-Germain-en-Laye. Aangezien de nieuwkomende Nederlandstalige kinderen nu allemaal een Vlaams accent hadden, werkte dit aanstekelijk bij de nog 'Nederlandse' leerkrachten. Deze gingen op de duur instinctief Vlaamse woorden en uitdrukkingen gebruiken.
Toen 't stukske verscheen probeerden onzen Ollandse meester een eel les lang 't Vlaams accent uit. Maar het moet gezegd: Zuid-Nederlands praten is een gave. Willen maar niet kunnen. Maar wellicht is een aangepaste formule van Minister Leterme hier meer toepasselijk: noch willen, noch kunnen!